Tentoonstelling bij Van Landeghem Gallery, november 2024





Dank aan Annelies Verbeke dat ik hieronder de tekst van haar inleiding mag publiceren:
Ergens vorig jaar droomde ik dat ik kunstschilder was. Ik had enige bekendheid verworven met mijn doeken vol driehoeken en werd erover geïnterviewd. Wat bijzonder, om niet te zeggen uniek was aan mijn werk, was dat ik uitsluitend in het wit schilderde. Verschillende tinten wit weliswaar, maar alleen wit. Bovendien had ik een bepaald type wit uitgevonden – het ging over een proces bij het vervaardigen van de verf waardoor er een bepaalde glans in zat – en daar wilde de interviewer in mijn droom het in detail met me over hebben. Ik begon zelfverzekerd aan een lange uitleg, maar tijdens het praten ging ik me danig afvragen wat ik aan het zeggen was. Ik had namelijk geen enkel idee hoe ik ‘mijn’ wit had gecreëerd, en nu ik er zo bij stilstond, had ik ook opvallend weinig herinneringen aan het maken van al die doeken. Mijn hemel: ik was helemaal geen schilder! Hoe moest ik dat aan die interviewer uitleggen? Wakker staarde ik lang en verward naar het witte plafond.
Dat ik die droom onthouden heb, komt wellicht omdat ik hem toen aan iemand vertelde. Daarna vergat ik hem. Hij schoot me opnieuw te binnen toen ik in Connections, de catalogus die een overzicht biedt van het werk van Lieve Bollaert, las dat zij vanaf het jaar 2000 eigen verven begon te creëren, zoals caseïne voor de witte kleur op haar voornamelijk zwart-witte doeken. Misschien was die droom voor haar bestemd, en via een kosmische oneffenheid per ongeluk bij mij terecht gekomen? Of moest het toch bij mij zijn, als inleiding die ik zou geven op haar expositie in de Van Landeghem Gallerij in Dendermonde? Een inleiding in een inleiding in een inleiding.
Ik heb veel bewondering voor de wetenschap, maar ben er altijd van overtuigd geweest dat via kunst en dromen een directere band met het mysterie kan worden gesmeed. En dat het mysterie, alle menselijke hoogmoed ten spijt, altijd boven ons, in ons en tussen ons zal huizen. Soms benijd ik kunstenaars die andere media dan het woord hebben gekozen. Zeker kun je – moet je! – als literair auteur met woorden kleuren, zingen en dansen, maar uiteindelijk doe je al die moeite om een graai te doen naar het mysterie, dat zich achter de woorden bevindt. Kunstenaars die zonder woorden werken zitten daar misschien al een stap dichterbij.
Toch kunnen kunstenaars uit verschillende disciplines het scheppingsproces op een gelijkaardige manier ervaren. Dat bleek volop toen ik op een zonnige oktoberdag Lieve Bollaert in haar mooie atelier in Halle ging opzoeken. Geïntrigeerd had ik de opdracht aangenomen: de kunstenaar had me gevraagd deze openingsspeech te schrijven omdat ze een verhalenbundel van me had gelezen, waarbij haar geest en de mijne – dan toch via woorden – een verbinding hadden weten te maken. De manier waarop ze me die dag over haar werk en het maken ervan vertelde, vond ik hartverwarmend herkenbaar.
Zij heeft geen zin haar tekeningen, schilderijen en etsen uit te leggen en laat iedereen vrij erin te leggen wat die wil. Ook ik vind het cruciaal dat een kunstwerk ruimte laat voor de lezer, kijker of luisteraar. In haar atelier zei ik tegen Lieve dat uit de houding en het gezicht van de vrouw op het grote doek hier bovenaan de trap voor mij een voorbij verdriet spreekt. Ik kreeg een ondoorgrondelijk glimlachje als antwoord. Lieve vertelde verder hoe kunst scheppen je soms wanhopig kan stemmen: het is ook nooit klaar, na elke afronding begint het hele proces van vonk over ontkiemend idee tot publiek te bewonderen werk weer opnieuw. Dat herkende ik zeker, en niet minder kon ik me vinden in haar bewering tegelijk niet zonder scheppen te kunnen, of toch niet lang, het nodig te hebben om in evenwicht te blijven. Lieve Bollaert schept om deel uit te maken van de kosmos, het wezen mens te doorgronden, en meer over zichzelf te weten te komen; kunst leert je wat belangrijk voor je is. Dat is inderdaad iets bijzonders: dat je als kunstenaar soms pas na jaren, decennia, gaat beseffen wat je rode draden zijn, of wat óók een rode draad is, naast die waarvan je was uitgegaan.
De duidelijkste rode draad in het werk van Lieve Bollaert is ‘de mens’. Ze heeft wel eens citroenen en schelpen geschilderd op vraag van haar zus, maar het is de mens die haar boeit, evenals zijn vermogen en onvermogen om zich met andere mensen te verbinden. We zien veel touwen in haar werk, koorden die verbinden en afbinden: de mensen om je heen beperken je in je vrijheid, maar evengoed heb je ze nodig; die wisselwerking maakt je tot wie je bent. Het houdt haar ook bezig dat sommige mensen hun stem, door een vorm van repressie, niet mògen laten horen, of dat ze het niet kunnen op de manier doe de maatschappij van hen verwacht. Getuige van dat laatste haar installatie in het station van Herne, en de verbinding die ze zo maakte met de vzw de Okkernoot, die kinderen en volwassenen met autisme ondersteunt. De werken van kleiner formaat uit deze expositie komen uit de reeks Silent People: we zien mensen met afgebonden monden én blinddoeken, want mensen spreken ook met hun blikken. In de reeksen ‘Voices’ – waaruit hier doeken te zien zijn – en ‘Ogen, blikken’ – die laatste reeks prijkte aan historische gevels in Halle – zijn de monden vaak helemaal weggeveegd, zodat alleen de blikken kunnen spreken, of het gaat om schreeuwende gezichten zonder ogen. Het levert intrigerende, vaak wat angstaanjagende beelden op, gezichten waarvan ik sommige liever niet in mijn dromen zou ontmoeten. Ik ontwaar een gothic randje in veel van Lieve Bollaerts werk, een randje dat mij overigens niet vreemd is.
En met haar handen komen haar figuren ook tot expressie. De hier te bezichtigen schilderijen waarop handen een hoofdrol spelen, zijn er gekomen, zo vertelde Lieve me, na een tragische gebeurtenis. Ik vond het treffend, en ook weer herkenbaar, hoe de handen het overnemen als we door de onzegbare eenzaamheid van wanhoop en rouw worden verzwolgen. Ik wil naar aanleiding daarvan graag even iets vertellen dat ik ook aan Lieve in haar atelier vertelde. Mijn favoriete literaire genre is de verhalenbundel. Het korte verhaal werd ooit treffend – door Frank O’Connor, in zijn gelijknamige studie – ‘the lonely voice’ genoemd. Hij vermeld daarin dat het woord ‘hand’ ontzettend veel voorkomt in de korte verhalen van schrijvers uit verschillende tijden en continenten, veel vaker dan in romans. Toen ik vele jaren geleden mijn eerste verhalenbundel schreef wist ik dat nog niet en wees mijn redacteur me erop dat ik wel heel vaak het woord ‘hand(en)’ had gebruikt. Hij bleek gelijk te hebben. Even later las ik toevallig over een computerprogramma dat had uitgevist welk lichaamsdeel het vaakst voorkomt in welke muziekstijl: in popmuziek was dat eyes, in ballads heart, in hiphop ass… en hands, die bleken lichaamsdeel nummer één in de blues. Bij deze doeken vol handen mogen we Lieve Bollaert volgens mij de schilder van de lonely voice noemen. Een schilder werkt natuurlijk ook met de handen, Lieve bekijkt haar eigen handen bij het schilderen van handen. Mochten zij en ik op een gegeven moment behoefte voelen aan een nieuwe kunsttak, dan kunnen we overwegen samen als bluesduo verder te gaan.
Frappant ook dat ze in de jaren die naar haar vijftigste verjaardag leidden, in de reeks ‘I am She’, stilstaat bij wat het betekent een vrouw te zijn. Er zijn geen schilderijen uit die reeks hier te zien, maar ik wil er toch iets over zeggen. Ook ik heb immers deze bewustwording ervaren en ook daar hebben we over gepraat: een vrouw zijn in de kunstwereld en de obstakels en percepties die die dat blijkbaar met zich mee moet brengen, evenals de vrijheid die het kan bieden om toch nooit echt het centrum te mogen bepalen. De laatste jaren heb ik veel meer oog gekregen voor het artistieke werk van vrouwen, en wat me bij velen in hoofdzaak opvalt is hun eigenzinnige, experimentele lef.
Deze schilderijen zijn krachtig, vol beweging, vol vuur, en over de jaren stijlvast: je kunt een werk van Lieve Bollaert herkennen. Veel werk dat voor deze tentoonstelling werd geselecteerd bevat loud colours, uitgesproken kleuren, gewaagde kleuren: groen, lila – een prikkelend pallet. Wat er om haar heen gebeurt verwerkt ze, zo ook de coronacrisis. Wanneer het land in lockdown gaat en we elkaar niet meer mogen aanraken, komt Lieve Bollaerts kleurenpallet meer dan ooit tot leven en schildert ze mensen die zich in allerlei posities met elkaar verstrengelen, elkaar zoeken met zoveel mogelijk huid. Het is voor haar de tijd om de mogelijkheid van verbinding te vieren. U zult het ook merken aan de titels van sommige schilderijen die hier hangen.
Ze toonde me hoe ze voor deze doeken teruggreep op een reeks tekeningen die ze jaren eerder had gemaakt naar levende modellen, iets wat ze meestal niet doet, leerde ik: de gezichten en lichamen op de meeste van haar schilderijen en tekeningen zijn niet naar een aanwezig model geschilderd, maar uit haar geest ontsproten, blikken en houdingen verwevend die ze her en der oppikt. Eigenlijk toch ook weer vergelijkbaar met dromen en schrijven: ik pluk een woord daar, vervorm een afgeluisterde zin, kneed bekende mensen tot een nieuwe, blaas een persoonlijke herinnering in een vers geschapen hoofd. En wat Lieve zei is waar: de maker staat zelf vaak te kijken van wat er tevoorschijn komt.
Ik voelde dus een band door ons gesprek en door wat uit de werken tot me spreekt. Dat tastbare van tekenen en schilderen is dan weer exotisch voor een schrijver. Misschien schrijf ik daarom wel veel voor theater, om via anderen andere zintuiglijke dimensies weer te geven. De materiële handeling van het schrijven zelf is bedroevend saai in vergelijking met het werk van een schilder. De taal en het schrift zijn heerlijke wonderen, maar ze plakken niet aan je handen, je moet tijdens het schrijven niet nadenken over verf, doek, penselen, formaten of de plaats aan een muur of gevel. Ik heb er spijt van dat ik de dag dat ik een bezoek bracht aan Lieves atelier – met de verschillende eilandjes voor verschillende soorten werk – verkouden was, ik had het graag ook allemaal beter kunnen opsnuiven.
Hoe dan ook werd ik er blij van om een andere vrouw in de ogen te kijken voor wie het artistieke scheppen als ademen is, iemand die zoveel waardevols heeft gemaakt dat geen patriarchale oprisping of verpletterende levensgebeurtenis er echt tegenop kan. Dergelijke connecties tussen kunstenaars, en ook heel graag over de kunsttakken heen, troosten en beschermen ons, ze versterken onze ongenaakbaarheid op artistiek vlak.
Lieve, zelf schilderen zal ik tot mijn dromen beperken, iedereen kan vandaag weer zien dat we dat aan jou kunnen overlaten. Ik dank je ervoor dat je me na het lezen hebt gecontacteerd, dat ik jou en je krachtige werken zo heb leren kennen en dat dit tot een wezenlijke verbinding heeft geleid.
Annelies Verbeke 10 november 2024